Inhoud
FlatCAM
Algemene informatie
FlatCAM is een opensource programma dat er voor zorgt dat je je PCB ontwerpen op een CNC router kunt gebruiken. Je kunt er Gerber, Excellon of G-code mee openen, bewerken, of maken. Installeren via: website FlatCAM
Handleiding
Open Flatcam
Allereerst, open Flatcam op de computer. Hierbij verschijnt de interface zoals hiernaast is weergegeven.
Open ontwerpbestanden
Om te beginnen is het van belang de gewenste ontwerpbestanden te openen.
- Klik linksboven op het 'open gerber' logo of ga naar [File] > [Open] > [Open Gerber]. Als shortcut kan [ctrl + G] ook gebruikt worden.
- Zoek op je computer de map op waar de ontwerpbestanden (*.gbr) staan
- Selecteer de bestanden die nodig zijn voor het genereren van de G-Code, in dit voorbeeld: “picoproto-Edge_Cuts.gbr” en “picoproto-F_Cu.gbr”. Deze zijn tegelijk te selecteren.
- Klik op openen.
- Indien noodzakelijk kunnen op deze manier ook Excellon bestanden of drill files worden geopend en toegevoegd aan je project.
Stel het juiste '0'-punt in
Nu de bestanden ingeladen zijn, is het van belang dat de oorsprong / origine van het bestand op de juiste posititie komt te staan.
- Zoals te zien, staat de linker onderhoek van het ontwerp niet op [0,0]. Dit is voor de productie echter wel van belang.
- Selecteer alle regels onder Gerber (en bij Excellon indien deze ook ingeladen zijn).
- Klik op [Move to Origin] of via [Edit] > [Move to Origin], of de sneltoets [Shift + O].
In het resultaat is te zien dat de linker onderhoek verplaatst naar [0,0].
Voeg het juiste gereedschap toe
Het toevoegen of aanpassen van een (nieuw) gereedschap, werkt via een kleine work-a-round. Hiervoor ondernemen we de volgende stappen. Hier wordt het basisgereedschap van een V-bit voor isolatie frezen toegelicht.
- Open de Isolation tool. Dit is het gereedschap om isolatiepaden op de printplaat te genereren. Dit kan in de snelkoppelingbalk, via [Tool] > [Isolation tool] of de sneltoets combinatie [alt + I]
- Klik op [Pick from DB].
- Klik met de rechtermuisknop in de witte lijst met ID en Toolname en klik oo [Add to DB]. Hierbij opent een menuweergave rechts met instellingen. Let op: dit wijkt af van onderstaande afbeelding.
- Voor het aanpassen kan je hierbij direct op de betreffende tool klikken.
- Geef de naam in van het gereedschap, eventueel met de toepassing.
- Set onder “Tool Description” [Operation] op “Isolation”.
- Set onder “Milling parameters” de [Shape] op “V”.
- Nu gaan we de freesparameters van de frees instellen. Om de freesdiameter te berekenen kan er gebruik gemaakt worden van de calculator tool. Ook bereikbaar via het menu: [Tool] > [Calculators] of sneltoets [alt + C].
- Stel de juiste vorm van het freesgereedschap in: V-Dia op 0,1mm en de V-Angle op 30 (volgens de specificatie van het gereedschap).
- Stel de Cut-Z in op -0,2 mm.
- Vul bij tool description de Diameter in op 0,2072 (dit volgt uit de calculator).
- Stel bij de spindle speed de waarde in op 1000 en pas de dwell toe met 2 seconden. Dit geeft de spindel tijd om op snelheid te komen voor er met frezen wordt gestart.
- Klik met rechter-muisknop in het witte venster en [Save changes].
- Selecteer vervolgens het gereedschap en klik op [Transfer the Tool] om verder te gaan met het genereren van de Isolation routing.
Isolatie pad creeëren
Om daadwerkelijk een printplaat te kunnen gaan maken is het belangrijk om de isolatie rondom de koperen paden weg te frezen, oftewel een pad voor het isoleren van de contactlijnen te maken.
- Open de Isolation tool. Dit is het gereedschap om isolatiepaden op de printplaat te genereren. Dit kan in de snelkoppelingbalk, via [Tool] > [Isolation tool] of de sneltoets combinatie [alt + I].
- Selecteer onder [Gerber] van welke geometrie er een isolatie pad gemaakt moet worden. In dit voorbeeld: “picoproto-F_Cu.gbr”.
- Klik op [Pick from DB] om de juiste freesinstellingen op te kunnen halen
- Selecteer het gewenste gereedschap
- Selecteer in de [Tools Table] het gereedschap met diameter 0.1 (deze is overbodig).
- Selecteer het gereedschap dat voor de routing gebruikt gaat worden.
- Controleer de Parameters voor deze tool. Set de “Passes” op 2 en de “Overlap” op 20%.
- Er ontstaan nu rode lijnen rondom de groene koperdelen. Dit is het toolpad dat gegenereerd is.
- Scroll links in het menu naar beneden en controleer te “Parameters for: 'Tool'”. Let hierbij op de [Travel Z:] en controleer of de [Spindle speed:] staat ingesteld.
- In de plot area verandert de weergave, blauwe lijnen worden weergegeven en volgnummers toegewezen om de freesbewerking te visualiseren.
- Geef de CNC opdracht een logische naam. In dit geval welk object het is (picoproto), om welke bewerking het gaat (Isolatie) en dat het de CNC code betreft.
- Sla de CNC code op, er opent nu een pup-up venster.
- Selecteer de juiste map om de CNC code in op te slaan.
- Geef de bestandsnaam in.









